Voorlezen van toetsen

Voorlezen van niet-methodegebonden toetsen bij leerlingen met een dyslexieverklaring

Inleiding

Er zijn in het land wisselende meningen over het voorlezen van niet methode-gebonden toetsen aan leerlingen met een dyslexieverklaring, dus leerlingen met dyslexie. Tijdens elke toetsperiode branden de discussies weer opnieuw los. Mag het nu wel, of mag het nu niet? Er lijken voor- en tegenstanders te zijn die beiden met steekhoudende argumenten komen. Volgens bijvoorbeeld CITO zou met name het voorlezen van de toets Begrijpend Lezen 3.0 (en andere versies) bij leerlingen met dyslexie de toetsuitslag beïnvloeden. Deze toets is gemaakt om te laten zien of een leerling de tekst passend bij zijn leeftijdsniveau zelfstandig kan ontcijferen en daarna begrijpen. Het kunnen begrijpen wordt vervolgens gemeten aan het aantal juist gegeven antwoorden op vragen over de tekst. In het verleden waren dit met name terugzoekvragen, maar de nieuwe toetsen vragen ook vaardigheden als bijvoorbeeld voorspellen hoe de tekst verder gaat en de juiste zoekfuncties in een zoekmachine invoeren in de hogere groepen. Als deze toets wordt voorgelezen is het resultaat van de betreffende leerling niet meer te vergelijken met de landelijke normgroep. Andere toetsaanbieders zoals IEP, Diatoetsen en Boom LVS Toetsen bieden voor het toetsen van begrijpend lezen kortere teksten of een combi van begrijpend lezen en begrijpend luisteren, maar geven niets aan over het voorlezen van de niet-methodegebonden toetsen op hun websites. Eindtoetsen blijven buiten beschouwing, want over het voorlezen van deze toetsen is men eensluidend: het mag. Leerlingen met dyslexie hebben moeite met het ontcijferen (decoderen) van een tekst en de daaropvolgende vragen.

Het is bekend dat personen met dyslexie ook als ze al volwassen zijn woorden blijven decoderen. Ze kunnen dat uiteindelijk zo snel dat we er weinig meer van merken, maar laat je deze personen een rij woorden op tempo lezen, dan merk je duidelijk het verschil met personen zonder dyslexie (https://repository.ubn.ru.nl/bitstream/handle/2066/63018/63018.pdf ).

De laatste jaren zijn we in het onderwijs genuanceerder gaan denken over leesbegrip en zien we dat begrijpend lezen steeds meer een onderdeel gaat zijn en ook hoort te zijn van ons gehele taalonderwijs. Leesbegrip krijgt bijvoorbeeld een plaats binnen thematisch werken en binnen het vak taal, waarbij we teksten voornamelijk op inhoud bekijken. Steeds meer neemt het idee dat je altijd moet begrijpen wat je leest een belangrijke plek in binnen ons onderwijs. Begrijpend lezen is geen vak, maar een houding: https://wij-leren.nl/begrijpend-lezen-is-een-houding.php . We merken hierdoor ook dat de toetsen die leesbegrip van onze leerlingen in kaart moeten brengen, niet meer passen bij onze manier van omgaan met teksten. We leren leerlingen te markeren, onderstrepen, verbanden te zoeken door middel van verbindingsboogjes etc. en alleen al de toetsboekjes bieden hiervoor over het algemeen weinig ruimte. In feite hebben we dus tot op dit moment de uitslag van de niet-methodegebonden toets die begrijpend lezen in kaart brengt alleen nodig voor een goed advies richting voortgezet onderwijs. En hetzelfde kan eigenlijk gezegd worden over de niet-methode toetsen op het gebied van rekenen.

Technisch lezen en begrijpend lezen en de verhouding tot dyslexie!

Zoals in de inleiding reeds genoemd blijven leerlingen met dyslexie tot in hun volwassenheid woorden decoderen. Dit heeft een groot effect op het begrijpen van geschreven tekst. Onderstaande illustratie uit een cursus over leesbegrip: “Begrijpend lezen afgeschaft of omgebouwd” (Evers & Van de Beek, 2018) maakt dit duidelijk (Bron: De presentatie “Het verhogen van de leesresultaten nader bekeken.” (Vernooy, 2015)):

Begrijpen is onder andere verbindingen leggen tussen nieuwe kennis (werkgeheugen) en hetgeen je al weet (lange termijngeheugen). Als het werkgeheugen voornamelijk bezig is met decoderen, is er minder ruimte en tijd voor het verbinden met het lange termijngeheugen en dus het begrijpen. Zo geven leerlingen met dyslexie in het voortgezet onderwijs vaak aan dat ze een tekst wel 4 keer moeten lezen (decoderen) voordat ze het kunnen begrijpen. En die tijd geven we ze niet binnen ons onderwijs en veelal niet bij toetsen. Bovendien kost het steeds weer opnieuw moeten decoderen veel energie en concentratie. Voordat het begrip tot stand komt zijn veel leerlingen alweer vergeten wat ze hebben gedecodeerd (Hirsch, 2003) of compleet afgehaakt.

Vlot kunnen decoderen heeft een grote invloed op leesbegrip. En vlot decoderen leidt tot het kunnen lezen met prosodie (intonatie en dynamisch accent), wat ook weer een grote invloed heeft op leesbegrip (Ashby 2006; Binder et al. 2013; Dowhower 1991; Miller & Schwanenflugel 2006; Young-Suk Grace, 2016). Hoe mooi is het dan niet dat je bij leerlingen met dyslexie het struikelblok van decoderen wegneemt door een tekst voor te lezen, zodat ze net als leerlingen zonder dyslexie meteen hun begrip kunnen activeren?

Onderbouwing voor het voorlezen van niet-methodegebonden toetsen bij leerlingen met dyslexie

Het voorlezen van methodegebonden toetsen kan in principe altijd handelingsgericht. Deze toetsen gaan uit van een 80% beheersingsprincipe en toetsen het onderwijsaanbod op de korte termijn. Voorlezen van deze toetsen kan vaak al worden gerealiseerd met de bij de methode behorende software. Faciliteiten zoals extra tijd of afname in een rustige ruimte kunnen zonder problemen worden toegepast. Een aantekening hiervan in het dossier van de betreffende leerling is voldoende voor een doorgaande lijn in het onderwijsaanbod.

Het voorlezen van met name de toets CITO Begrijpend Lezen voor leerlingen met dyslexie is volgens veel professionals binnen het onderwijs niet toegestaan. De toets is hiervoor niet gemaakt (gevalideerd en genormeerd) volgens CITO. Je krijgt door het voorlezen eigenlijk een uitslag die niet klopt. In het onderwijsveld hoor je dan vaak: je hebt er begrijpend luisteren van gemaakt. CITO raadt in principe aan bij deze leerlingen de toets Begrijpend Luisteren af te nemen, wat voor CITO ook commercieel gezien voordelen heeft. Maar wat willen we nu eigenlijk weten? We willen weten of leerlingen iets doen met de inhoud van een tekst. We willen dat ze een tekst begrijpen. En of ze die nu lezen of luisteren is minder relevant.

Leerlingen met dyslexie zullen ook in hun latere schoolloopbaan veel steun ondervinden van het laten voorlezen van teksten, vooral omdat het zelf lezen (decoderen) erg veel tijd kost. In elke dyslexieverklaring zie je bij het overzicht van compenserende middelen dan ook het zinnetje staan: Gebruik maken van auditieve ondersteuning, ook bij toetsen en examens. Ook het voorlezen van de niet-methodegebonden toetsen voor rekenen, die voor ongeveer 80% uit contextsommen bestaan tegenwoordig, kan erg ondersteunend zijn.

Nu is er natuurlijk een verschil tussen een tekst laten voorlezen door een computer met een computer gegenereerde stem of door een menselijke stem. De computerstemmen missen voor een deel de intonatie, hoewel dat steeds meer verbetert. Bovendien leest een computerstem neutraal voor en is er ook geen gelaatsuitdrukking van de voorlezer zichtbaar. Intonatie en gezichtsexpressie kunnen ondersteunend zijn bij het leesbegrip en dus voor een deel ook in het vinden van de juiste antwoorden bij een toets. De voorkeur gaat dan ook uit naar het voor laten lezen door compenserende software, maar als dat (nog) niet beschikbaar is kan een neutrale voorlezer een oplossing zijn (voorbeelden van programma’s: http://www.dyslexiehulpmiddelen.com/ ).

Stichting Dyslexie Nederland, CITO en het Masterplan Dyslexie hebben hiervoor samen een onderbouwing opgesteld, die te vinden is op de website www.dyslexiecentraal.nl (https://dyslexiecentraal.nl/weten/wet-en-regelgeving/toetsen-het-basisonderwijs ) en op de website van CITO: https://www.cito.nl/-/media/files/ve-enpo/cito_begrijpend_lezen_toetsen_bij_dyslectische_leerlingen.pdf?la=nlnl&hash=0384A3D69ABF49A9EC3BDDE5038A1F2264CE5E3A .Hierin staat te lezen dat het voorlezen van de toets Begrijpend Lezen voor leerlingen met dyslexie is toegestaan, maar dat je je ervan bewust moet zijn dat de uitslag hierdoor eigenlijk niet meer kan worden vergeleken met een landelijke normgroep. Bovendien is het belangrijk om in je leerlingvolgsysteem te vermelden dat je de toetsafname hebt aangepast en dat je dat ook onderbouwt. Uit het document:

Voorwaarden voor rapportage van de aangepaste toetsafname:

• De aangepaste afnameconditie wordt concreet omschreven en met onderbouwing vastgelegd.

• In de onderbouwing wordt aangegeven welke hulp gegeven wordt om het probleem met technisch lezen te verminderen of wordt aangegeven op basis van welke hulp wordt geconcludeerd dat het kind een voldoende niveau van technisch lezen niet zal bereiken.

Voorlezen voor álle leerlingen met dyslexie?

Op de eerste plaats is het belangrijk dat een leerling met dyslexie kan presteren naar vermogen. Als het begrip van een leerling in de weg wordt gestaan door zwak vloeiend lezen is het de taak van het onderwijs om die blokkade weg te halen. Nog teveel leerlingen met dyslexie krijgen een te laag schooladvies omdat zij zonder compenserende hulpmiddelen laag presteren op toetsen voor Begrijpend Lezen en voor Rekenen en Wiskunde en zelfs op methodegebonden toetsen. Het schooladvies is natuurlijk de belangrijkste richtlijn, maar lage verwachtingen van leerkrachten bij bepaalde leerlingen spelen daarin ook een grote rol. En dit nog los gezien van de lage verwachtingen die leerlingen uiteindelijk van zichzelf hebben (http://www.annabosman.eu/documents/DionneDamman2013.pdf ).

Als leerlingen met dyslexie niet meteen vanaf hun diagnose toegang hebben tot compenserende hulpmiddelen, of niet ervaren hebben dat dit helpt bij het eerder kunnen activeren van hun begrip, zullen zij zelf niet kiezen voor het laten voorlezen van toetsen. De meeste leerlingen willen niet anders zijn dan anderen. Daarom is het dan ook in eerste instantie aan te raden om meteen vanaf groep 5 aan leerlingen met dyslexie compenserende middelen toe te staan. Als dit document een aanzet is om ook in hogere groepen over te gaan tot de inzet van onder andere het voorlezen van toetsen, dan helpt het vaak om leerlingen zelf te laten ervaren of voorlezen (en dus hulp bij decoderen) helpt om beter te begrijpen of om beter te rekenen. Laat ze eerst zelf de toets maken en neem de toets daarna nog een keer af met voorlezen als compenserend hulpmiddel. Vergelijk samen met de leerling de ervaringen en het resultaat. Als leerkracht weet je vaak op basis van je observaties tijdens de lessen of vrije situaties in de klas of een leerling op een toets kan laten zien wat hij/zij in huis heeft, pas daarbij wel op voor de eerder genoemde lagere verwachtingen.

Als blijkt dat de resultaten op de toetsen Begrijpend Lezen en Rekenen & Wiskunde passend zijn bij het beeld dat je van de leerling hebt, dan zal voorlezen mogelijk weinig meerwaarde hebben. Probeer het echter wel een keer uit om je vermoeden te bevestigen naar collega’s en ouders. Neem in je toetsbeleid op hoe je als school omgaat met het toetsen van leerlingen met dyslexie en communiceer dit naar collega’s en ouders. Het voorlezen van toetsen is altijd een weloverwogen gezamenlijk besluit. Het toekennen van deze speciale faciliteit aan leerlingen dient dan ook onderbouwd en besproken te zijn met het team, de leerling en zijn ouders.

In de praktijk

Om tot een besluit te komen of en hoe leerlingen met dyslexie voorgelezen mogen worden bij het maken van niet-methodegebonden toetsen kan men de stappen hieronder volgen.

Uitgangspunt: Leerlingen met dyslexie hebben op basis van hun dyslexieverklaring recht op bepaalde faciliteiten, zoals auditieve ondersteuning bij toetsen en examens.

1. Bepaal om welke leerling(en) in je groep het gaat.

2. Bepaal om welke toetsen het gaat. Faciliteer je ook methodegebonden toetsen?

3. Bespreek met de leerling wat een aangepaste toetsafname inhoudt.

4. Probeer het in overleg met de leerling uit en vergelijk de ervaring en het resultaat.

5. Als de aanpassingen standaard worden, neem dit dan op in het dossier van de leerling en communiceer het naar collega’s en de ouders. Vergeet het niet specifiek over te dragen naar de volgende collega.

6. Houd er rekening mee dat het voorlezen van toetsen mogelijk in een andere ruimte dan het lokaal en op een ander tijdstip zal moeten plaatsvinden.

7. Zorg dat de compenserende software klaar staat en dat de toetsen zijn ingescand en eventueel bewerkt. Als een persoon de toets gaat voorlezen geef dan duidelijk aan dat dit met zo weinig mogelijk expressie plaatsvindt en dat er geen enkele aanwijzing richting het juiste antwoord mag worden gegeven.

Tot slot

Het toekennen van faciliteiten zoals het voorlezen van niet-methodegebonden toetsen aan leerlingen met dyslexie is in het basisonderwijs nog niet standaard. Ons onderwijs bestaat voor 80% uit taal, dus heb je problemen met taal dan heb je problemen met het hele onderwijs. Leerlingen met dyslexie beschikken over veel talenten, maar kunnen dat vaak door hun moeite met decoderen niet voldoende laten zien. Kunnen presteren naar vermogen zou voor alle leerlingen binnen het onderwijs een doel moeten zijn, maar voor leerlingen met dyslexie specifiek. Nog te vaak zien we deze leerlingen binnen ons onderwijs falen (https://wij-leren.nl/begeleiding-dyslexie.php ), maar met de inzet van de juiste faciliteiten kunnen ook deze leerlingen zich optimaal ontwikkelen. Op basis van de voorgaande alinea’s kan men concluderen dat het voorlezen van nietmethodegebonden toetsen zoals toetsen voor begrijpend lezen en rekenen en wiskunde mag en kan, mits bovenstaande stappen zijn gezet en de reden waarom je leerlingen op deze wijze ondersteunt goed is gedocumenteerd. Hopelijk zijn we hiermee voor eens en altijd af van de discussie.

Terry van de Beek

De Dyslexie-Express

 

© 2014 - 2024 De Dyslexie-Express | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel