Lezen

Sterke lezers

Vorige Artikel 3 van 35 Volgende

Sterke lezers

  • lezen gemakkelijk en graag
  • lezen vlot en vloeiend
  • begrijpen ontzettend goed wat ze lezen (ook teksten/boeken die eigenlijk voor oudere leerlingen bedoeld zijn)
  • ze zijn dikwijls ook gepassioneerd in wat ze lezen (hoewel dit niet voor alle excellente lezers opgaat)

Daarnaast worden in andere publicaties nog kenmerken genoemd als:

  • meer tijd dan leeftijdgenoten aan lezen besteden
  • beter in staat zijn in het leggen van relaties tussen de personen/ karakters in een tekst
  • beschikken over een grote woordenschat
  • beschikken over een zeer goede mondelinge taalvaardigheid
  • zien verbanden/relaties bij wat ze lezen
  • begrijpen complexe zaken
  • het beschikken over een sterke ‘internal locus of control’; ze geloven dat hun goede lezen het resultaat is van hun eigen vaardigheid en gedrag
  • ze hebben een brede interesse

Wat willen ze zelf?

  • vrij boeken mogen kiezen
  • geen werkboekjes bij de te lezen boeken
  • behoefte aan leesinstructie die hun zelf verworven leesvaardigheid verder verdiept en verfijnt.

Kenmerken van boeken voor sterke lezers:

Taalgebruik

  • van een hoog niveau
  • beschrijvend
  • humor en nuanceringen
  • taal uit andere tijden of plaatsen

Stijl

  • figuratief taalgebruik
  • vormgeving

Plot

  • niet afgemaakt of de lezer op het verkeerde been zetten
  • verschillende perspectieven
  • de lezer dwingen om na te denken
  • onvoorspelbaar, maar realistisch

Setting

  • komen uiteenlopende zaken aan de orde, zoals: andere werelden,

Andere tijden, andere samenlevingen etc.

  • Boeken waarbinnen je door de tijd reist, bijv. de serie Narnia, Kruistocht in spijkerbroek
  • Boeken die je leren hoe andere samenlevingen fungeren, bijv. Manhattan, IJsbarbaar, Slavenhaler

Daarom zijn met name  Griffeljuryboeken uitermate geschikt voor de betere lezer. Voor jongere lezers bestaat de serie Bolleboos.

Werken met boeken

Haal allerlei soorten boeken in de klas of laat de kinderen ze zelf mee laten brengen:

  • gedichten
  • informatieboeken
  • strips
  • prentenboeken enz.

1. Gebruik algemene opdrachtenkaarten waaruit blijkt dat het kind het boek begrepen heeft:

  • komt er een man in dit boek voor en wat vind je van hem?
  • komt er een dier in dit boek voor en is dit dier belangrijk voor het verhaal?
  • is er een kind in dit boek en wat vind je van zijn karakter?
  • welk woord uit dit boek vond je grappig?
  • welk woord uit dit boek kende je nog niet?
  • welk woord vond je niet leuk?
  • verzin zelf eens een titel bij dit boek

Tip: Hiervoor kun je ook de vragen gebruiken die je gratis kunt downloaden via http://www.dyadon.nl/dyadon-downloads-lezen.html

2. Maak spellingopdrachtkaarten bij een boek:

  • zoek in het boek 3 woorden die op -isch eindigen, schrijf de blz. erbij enz.

Laat de opdrachtenkaarten eerst bij de spellingsproblemen van de groep aansluiten. Uitgaande van het niveau van het kind kun je er moeilijkere opdrachten bij maken.

3. Laat eens met andere boeken werken: een atlas, een spreekwoordenboek, een gouden gids, een gemeentegids, een telefoonboek, een stratengids e.d.

Geef hier opdrachten bij zoals:

  • Zoek in de gouden gids een fotograaf die foto's kan maken op het schoolfeest.
  • Bij welke bloemist ga jij een bloemetje bestellen voor de juf?
  • Kun je een spreekwoord vinden waarin een kat voorkomt?
  • Schrijf de rijmwoorden op uit het gedicht dat je het mooiste vond
  • Welke school staat in de .......
  • Wat is het telefoonnummer van onze school?
  • Zoek 5 plaatsen met een .... (bv. de letter van de woonplaats van het kind)

4. Zoek een Nederlandstalig (prenten)boek en een vertaling van dit prentenboek in een vreemde taal:

Laat de kinderen vergelijkingen maken: schrift, woorden, zinsbouw. Laat eerst de prenten bekijken van het anderstalige prentenboek en laat de leerlingen bedenken wat de tekst zal beschrijven. Neem daarna het Nederlandstalig prentenboek erbij en laat kinderen de inhoud vergelijken.

Probeer wel met de opdrachten zo veel mogelijk op het talige vlak te blijven met spelling als raakvlak. Tekenen, knippen en plakken zijn minder geschikt. Er moet een motiverende verbinding met lezen blijven.

5. Laat de sterke lezer regelmatig (dus niet alleen maar) fungeren als tutor van een minder sterk lezende klasgenoot, zodat hij een sociale verbondenheid houdt met de groep.

6. Laat ze een ander soort boekverslag maken

Leuke ideeën vindt u via: https://nl.pinterest.com/TerryvandeBeek/boekverslag-maken-leuk/

Geraadpleegde bronnen:

  • www.paboforum.nl
  • www.schoolaanzet.nl
  • “Open boek”, Walta (2011)
© 2014 - 2022 De Dyslexie-Express | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel